Nieuws

Meer dan 1000% afwijking

Dat is even schrikken: In het Weekblad van 12 november jl. lezen we dat de gemeente Heusden bij vaststelling van de jaarrekeningen in de afgelopen jaren meer dan 1000% afwijkt van de vastgestelde begroting, althans dat stelt Heusden Verbindt in een artikel, maar ook in brieven aan het college en bij de begrotingsbehandeling in de raad. Wat voor zin heeft het dan nog om bij dat soort afwijkingen überhaupt een begroting vast te stellen? Heusden Verbindt stemt dan ook prompt tegen de gemeentelijke begroting 2026 (als enige partij overigens, maar toch).

 

Hoe komt een gemeentelijke begroting tot stand?

Alvorens op die afwijking van 1000% in te gaan is het voor een goed begrip misschien toch goed om even stil te staan bij de vraag hoe een gemeentelijke begroting tot stand komt. De eerste stappen worden gezet bij behandeling van de Voorjaarsnota die de gemeenteraad in juli al vaststelt. Vervolgens gaat het college na de zomervakantie werken aan de begroting voor het volgende jaar. Met alle informatie die op dat moment beschikbaar is wordt de begroting voorgelegd aan de gemeenteraad die in november daarover een besluit neemt. Op dat moment spreken we van een primaire begroting. Maar de tijd staat niet stil; in de loop van de maanden daarna kunnen er allerlei zaken gaan spelen en besluiten worden genomen die van invloed zijn op die primaire begroting. Het zou natuurlijk erg dom zijn om daar de ogen voor te sluiten. Daarom wordt er tweemaal per jaar gekeken of de begroting wijziging behoeft; in ambtelijke taal er wordt tweemaal per jaar een bestuursrapportage opgesteld waarbij de begroting wordt bijgesteld. De gemeenteraad stelt die bestuursrapportages vast, resp. in juli (BR-1) en in december (BR-2). Het begrotingssaldo kan dan al behoorlijk gaan afwijken zoals uit onderstaand overzicht blijkt:

Begrotingssaldo x € 1.000 2022 2023 2024
Primaire begroting 520 -26 3.351
BR-1 3.703 -704 2.309
BR-2 5.418 1.783 10.651

 

Na afloop van het begrotingsjaar wordt de jaarrekening opgesteld en dan blijkt meestal dat het saldo van de jaarrekening behoorlijk afwijkt van het laatstgemelde begrotingssaldo (in de BR-2). Daar zijn diverse redenen voor en het voert te ver om die hier allemaal toe te lichten, maar ik wil er toch twee noemen. Op de eerste plaats de zgn. budgetoverhevelingen, dat zijn bedragen die wel in de begroting staan maar die nog niet uitgegeven zijn, vaak omdat plannen nou eenmaal later uitgevoerd worden dan gepland. Op de tweede plaats het resultaat van de gemeentelijke grondexploitatie. Bij de begroting wordt daar helemaal geen rekening mee gehouden; in de jaarrekening uiteraard wel. En zo zijn jaarrekening en begroting niet helemaal vergelijkbaar. In onderstaand overzicht heb ik dat op een rijtje gezet.

Saldo jaarrekening x € 1.000 2022 2023 2024
Saldo 10.131 11.953 16.439
1. Budgetoverheveling 3.231 6.082 1.799
2. Grondexploitatie 505 1.264 686
Saldo Jaarrekening na 1. en 2. 6.395 4.607 13.954

 

Hoe zit het nou met die afwijking van meer dan 1000%?

Als je de uitkomsten van bovenstaande berekeningen met elkaar vergelijkt, dan krijg je op het eerste gezicht aanzienlijke verschillen. Het is gebruikelijk om die verschillen uit te drukken in een percentage van de jaarlasten en dan krijg je de uitkomsten in de onderste regel in onderstaande tabel, kortom afwijkingen van slechts enkele procenten, gemiddeld 1,6% per jaar.

x € 1.000 2022 2023 2024
Afwijking t.o.v. begroting (BR-2) 977 2.824 3.303
Totale jaarlasten 139.897 146.902 161.058
Afwijking in % jaarlasten 0,7 1,9 2,1

 

Kortom, die afwijking van meer dan 1000% is een fabeltje, een vorm van misleidende informatie aan het publiek waarbij het gemeentelijk beleid in een kwaad daglicht wordt gesteld en misschien is dat ook wel de bedoeling.

Kees Musters

Oud-raadslid en jarenlang ervaring met de begrotingsbehandeling

Drunen